Lees meer over |
Na de operatie
1. Te vermijden bewegingen
|
2. Basisbewegingen a. Liggen
b. Zitten en opstaan |
![]() |
|
c . Bukken |
![]() |
|
|
e. Trappen op- of afgaan
|
![]() |
Trap op
|
![]() |
Trap af
|
3. Activiteiten van het dagelijse leven a. Persoonlijke verzorging
|
b. Huishoudtips
c. Verplaatsingen buitenshuis # Fietsen
|
![]() |
|
|
e. Sport
4. Tips bij het ontslag a. Krukken
b. Bij twijfel
|
ARTROSCOPIE VAN DE KNIE
|
|
Inleiding Arthroscopie is het vaststellen en behandelen van knieletsels (vooral meniscusletsels, kraakbeenletsels, plicae en ligamentaire letsels) dmv een kijkbuis (artroscoop) met beeldprojectie op een TV scherm.Onder algemene of plaatselijke verdoving (epiduraal of rachi) worden twee of drie kleine insneden (portae) in het kniegewricht gemaakt, waarna met de artroscoop het kniegewricht geïnspecteerd wordt.De hele procedure wordt verricht met kleine tangetjes en elektrische instrumenten. Een belangrijk voordeel voor de patiënt is dat de ingreep gebeurt via daghospitalisatie zodat reeds in de namiddag het ziekenhuis verlaten kan worden. Nazorg # Op afdeling
Nazorg # Thuis
|
| MENISCUS EN GEWRICHTSBANDLETSELS Inleiding
|
|
Het kniegewricht wordt gevormd door het onderste deel van het dijbeen (femur), het bovenste uiteinde van het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patella). Het kniegewricht omvat in feite twee gewrichten: het gewricht tussen scheenbeen en dijbeen (tibio-femoraal gewricht) en het gewricht tussen knieschijf en dijbeen (patello-femoraal gewricht). De harde beenderige uiteinden van de knie zijn bedekt met zacht kraakbeen waardoor een vlotte glijding en een normale beweeglijkheid mogelijk is. De knieligamenten omvatten de kruisbanden en de gewrichtsbanden. De kruisbanden zorgen voor de stevigheid van de knie in her voorachterwaartse vlak. De voorste en de achterste kruisband beletten namelijk dat het scheenbeen naar voor, respectievelijk naar achter, beweegt ten overstaan van het dijbeen. De gewrichtsbanden zorgen voor de stabiliteit van de knie in het frontale vlak. De mediale gewrichtsband geeft de knie stabiliteit aan de binnenzijde en de laterale gewrichtsband aan de buitenzijde van de knie
|
|
![]() |
De menisci zijn in bovenaanzicht semi-circulair en in doorsnede wigvormig. Zij verzorgen de aanpassing van de bolvormige oppervlakten van scheenbeen en dijbeen, vergroten de contactoppervlakten en zijn schokabsorberend. |
| Meniscusletsels
|
|
|
| Voorste kruisbandletsels
|
|
![]() |
|
Achterste kruisbandletsels
Gewrichtsbandletsels
|
HERSTEL VAN DE VOORSTE KRUISBAND MET PATELLAPEESGREFFE Ingreep
|
|
![]() |
|
| Hospitalisatieduur
|
|
Nazorg # Op afdeling
|
|
Nazorg # Thuis
|
KNIEPROTHESE Inleiding De knie is een scharniergewricht tussen het onderste deel van het dijbeen (femur) en het bovenste uiteinde van het scheenbeen (tibia). Dit gewricht is bedekt met glad kraakbeen waardoor een vlotte glijding en een normale beweeglijkheid mogelijk is. Dit kraakbeen kan afslijten door artrose, rheumatische ontstekingen en traumata (ongevalen, breuken), waardoor de knie stijf en pijnlijk wordt en mettertijd ook kan misvormen. Indien de hinder te uitgesproken wordt en niet meer reageert op medicatie, rust, infiltraties etc. kan knieprothese chirurgie overwogen worden.
|
|
![]() |
|
Dit is een chirurgische ingreep waarbij het zieke kniegewricht vervangen wordt door een kunstgewricht. Dit kunstgewricht omvat een metalen hoes (geplaatst op het distale femur), een metalen plaatje (geplaatst op de proximale tibia) en een zachtere plastic (polyethyleen) die tussen beide metalen componenten wordt geplaatst. In sommige gevallen plaatst men ook nog een plastic schijfje op de knieschijf.
|
|
|
|
Knieprothesen worden meestal in het bot bevestigd door middel van beenderlijm (cement of methylmetcrylaat), sommige prothesen zijn echter bekleed met een poreuse laag die botingroei toelaat. Traditioneel wordt een knieprothese ingebracht via een insnede van 15 à 20 cm aan de voorzijde van de knie. Tegenwoordig zijn er echter ook modernere technieken zoals MIS (minimal invasive solutions) en CAOS (computer assisted orthopaedic surgery) die het mogelijk maken om via kleinere incisies de componenten van de prothese optimaal te plaatsen zodat de patiënt minder pijn heeft en sneller herstelt.
|
|
|
|
Naast de totale knieprothese, waarbij het volledige kniegewricht vervangen wordt, is er ook de gedeeltelijke (unicondylaire) knieprothese waarbij alleen de zieke binnen- of buitenkant van de knie wordt vervangen.
|
|
|
|
Pre- en per-operatief Vooraleer over te gaan tot operatie wordt, naast een grondig onderzoek van de knie, steeds een hart- en bloedonderzoek verricht evenals een foto van de longen genomen. Nakijken van medicatie is belangrijk omdat bv bloedverdunners en ontstekingsremmers dienen te worden aangepast. Gedurende de operatie is het mogelijk dat er zich bloedklonters in het been vormen waardoor flebitis en logembolie kan optreden. Om dit te voorkomen draagt de patient speciale kousen en krijgt hij de eerste weken bloedverdunners. Andere risisco’s tijdens de operatie omvatten infectie, zenuwletsels en laattijdig loskomen van de prothese. Uiteraard worden alle maatregelengenomen om deze risico's te beperken. Post-operatief Omdat 50% van het succes van de ingreep bepaald wordt door de revalidatie is het uitermate belangrijk dat de patient zo snel mogelijk zijn spieren gebruikt, de knie beweegt en terug te been is. Om deze doelstellingen te realiseren wordt hij begeleid door een professioneel team van kinesisten die een specifiek oefenprogramma op punt stellen (link revalidatie na een knieprothese). Het verblijf in het ziekenhuis duurt 5 à 10 dagen. Ook nadien is nog intense oefentherapie aangewezen! |